Hoe gevoelig ben jij?

Waarom staan sommige kinderen graag in het middelpunt van de aandacht, terwijl anderen dit maar niets vinden? Waarom kan de een zich prima concentreren als het druk is in de klas, terwijl de ander meteen is afgeleid?

Beeld%20onderzoekspagina_def

De voorbeelden zeggen het eigenlijk al: er zijn verschillen in hoe gevoelig mensen zijn voor hun omgeving. Maar hoe ontstaan die verschillen? En wat is de rol van (genetische) aanleg en omgeving bij het ontstaan van gevoeligheid voor wat er om je heen gebeurt?

Om dit te onderzoeken riepen Eddie Brummelman, Meike Slagt en Joyce Weeland de hulp in van de bezoekers van NEMO. Zij vroegen kinderen naar een aantal filmpjes te kijken en hierover vragen te beantwoorden. Hiermee konden zij bekijken wat kinderen allemaal opmerken in de filmpjes en hoeveel zij van de filmpjes onthouden. Verschillende kinderen zouden verschillende dingen in de filmpjes zien. Ook vroegen zij kinderen een beetje spuug af te staan met behulp van een wattenstaafje. Met het speeksel konden zij bekijken welke bijdrage de genetische aanleg levert aan de verschillen in gevoeligheid. Aan de ouders werdt gevraagd vragen te beantwoorden over de omgeving (gezin en opvoeding). Hiermee konden de onderzoekers bekijken welke bijdrage de omgeving levert aan de verschillen in gevoeligheid.

Resultaten

In totaal hebben 525 kinderen en hun ouders meegedaan aan het onderzoek: ‘Hoe gevoelig ben jij?’. Het onderzoek richtte zich op de vraag of sommige kinderen genetisch “gevoeliger” zijn voor de invloed van hun omgeving dan andere kinderen.

Om deze vraag te beantwoorden is aan kinderen gevraagd naar een aantal korte filmfragmenten te kijken. In deze filmfragmenten werden gezichten getoond die een bepaalde emotie lieten zien: boos, blij of neutraal. Met behulp van electroden op het gezicht van kinderen (EMG metingen) hebben we gemeten of en hoe sterk zij met de eigen uitdrukking op deze emoties reageerde. Ook hebben kinderen zelf aangegeven hoe zij zich voor en na de filmfragmenten voelden.

De resultaten van het onderzoek laten zien dat kinderen over het algemeen geneigd waren de getoonde emoties over te nemen. Kinderen die boze gezichten te zien kregen toonden een frons en gaven aan bozer en minder blij te zijn dan voor de filmpjes. Kinderen die lachende gezichten te zien kregen toonden een lach en gaven aan vrolijker en minder boos te zijn dan voor de filmpjes. Kinderen die neutrale gezichten te zien kregen toonden minder sterke reacties en gaven geen veranderingen aan in hoe zij zich voelden.

Deze emotionele reacties waren gemiddeld hetzelfde voor kinderen met verschillende genen. Dit betekent dat we geen genetische verschillen hebben gevonden tussen kinderen in hoe gevoelig zij zijn voor de emoties van anderen om hen heen.

Hoe nu verder? Op dit moment zijn wij met een aantal ouders en kinderen (die bij NEMO meegedaan hebben aan ons onderzoek) bezig met een vervolgonderzoek.

Deze keer met deelname van:

Universiteit Utrecht
Ontwikkelingspsychologie

Dit onderzoek is afgerond

Onderzoek uitgevoerd: zomervakantie 2013 in NEMO Science Museum.

Er deden 525 proefpersonen mee aan het onderzoek. Wij danken alle deelnemers.

De onderzoekers

Nieuws van Science Live