Hoe goed weet jij de weg? Navigeren in virtual reality

De weg naar school of naar het werk ken je op je duimpje. Je herkent alle straten, gebouwen en bomen. Maar hoe leer je een nieuwe route? Kijk je van te voren even op een plattegrond? Of schrijf je een lijstje met aanwijzingen op? Verschillende mensen gebruiken verschillende strategieën. Sommige mensen lijken een wandelend kompas, anderen verdwalen heel vaak. Hoe komt dat?

Do%20you%20know%20the%20way

In een speciaal laboratorium van de Universiteit Utrecht onderzoeken wetenschappers hoe mensen de weg onthouden. Ze gebruiken daarbij virtual reality, een omgeving op de computer. Ze kijken naar de hersenactiviteit van de proefpersonen tijdens het navigeren en kunnen zo zien welke strategie iemand gebruikt. Sommigen gebruiken vooral ruimtelijke informatie om de weg te onthouden, anderen juist meer taal. Met deze kennis kunnen de wetenschappers mensen helpen die door een hersenbeschadiging moeite hebben om de weg te vinden.

Veel mensen denken dat mannen veel beter zijn in de weg vinden dan vrouwen. Maar uit onderzoek blijkt vooral dat ze een andere strategie gebruiken. Ineke van der Ham is onderzoekster bij het navigatielab en wil weten hoe dit verschil tussen jongens en meisjes ontstaat. Is het aangeboren of ontwikkel je een voorkeur voor een bepaalde strategie als je wat ouder bent? En zijn kinderen die veel buitenspelen beter in het vinden van de weg?

Afstand of tijd?

In het voorjaar en de zomer van 2013 hielpen de bezoekers van Science Center NEMO Van der Ham en haar collega’s bij hun onderzoek naar navigeren. In totaal deden er maar liefst 1100 mensen mee, van wie ongeveer de helft kinderen.

In de meivakantie keken de proefpersonen naar een filmpje van een route door een virtueel dorp. Na afloop vroegen de onderzoekers in welke volgorde de gebouwen op de route waren langsgekomen. Er zijn twee mogelijke strategieën om dit te onthouden: op tijd (‘na tien seconden zag ik de flat’) of op afstand (‘de kerk staat 50 meter verderop’). De proefpersonen gaven allemaal dezelfde antwoorden, ook als ze het filmpje op verschillende snelheden hadden gezien. Daaruit blijkt dat mensen gebruikmaken van de afstand-strategie.

Jongens en meisjes waren even goed in dit experiment, maar leeftijd speelde wel een rol. Tot je dertigste word je steeds beter in het schatten van afstanden, daarna juist weer slechter. De onderzoekers weten niet precies hoe dit komt, misschien heb je als je dertig bent de optimale combinatie van ervaring en hersencapaciteit.

Op ruimtereis

In de zomer hielpen de proefpersonen een robot voorwerpen zoeken in een ruimteschip. Na de virtuele wandeling beantwoordden de deelnemers vragen over de volgorde van de voorwerpen op de route, de afstanden tussen de voorwerpen en de exacte locatie van de voorwerpen. Op sommige verdiepingen hielpen de kleuren op de muren de locaties beter te onthouden. De proefpersonen gebruikten de voorwerpen om afstanden in te schatten. Dat zorgde soms voor inschattingsfouten, bijvoorbeeld als voorwerpen op de route ver uit elkaar lagen, maar hemelsbreed wel dicht bij elkaar lagen. Vrouwen hadden met dit experiment meer moeite dan mannen.

Van der Ham en haar collega’s trekken drie conclusies uit deze onderzoeken. Ten eerste is het onthouden van volgorde belangrijk bij het navigeren. Daarnaast blijkt dat mensen een route onthouden op basis van afstanden tussen verschillende punten. Ten slotte beïnvloedt de context (zoals kleuren of de route die je aflegt) hoe goed je bent in het inschatten van afstanden en het onthouden van locaties.

Deze keer met deelname van:

Universiteit Utrecht
Psychologische Functieleer

Dit onderzoek is afgerond

Onderzoek uitgevoerd: meivakantie en zomervakantie 2013 in NEMO Science Museum.

Er deden 1100 proefpersonen mee aan het onderzoek. Wij danken alle deelnemers.

De onderzoekers

Nieuws van Science Live