Is zelfbeheersing binnen families belangrijk voor een goede relatie?

Soms moet je even doorbijten om je doelen te kunnen bereiken. Je huiswerk maken, zodat je goede cijfers haalt. Twee keer per dag je tanden poetsen, om een stralend gebit te houden. Of een stuk taart afslaan, zodat je deze zomer weer strak in je vel zit. Daar is behoorlijk wat zelfbeheersing voor nodig. Mensen die over veel zelfbeheersing beschikken, zijn over het algemeen succesvoller en gelukkiger. Maar welke rol speelt zelfbeheersing in de verhoudingen binnen een familie?

Marshmallow_finkenauer%20600pxls

Zelfbeheersing is de kracht om jezelf onder controle te houden als er verleidingen op de loer liggen. Als je als kind veel zelfbeheersing hebt, ben je later als volwassene waarschijnlijk een stuk gelukkiger. Je hebt meer zelfvertrouwen, bent gezonder en bereikt meer op school en op je werk. Uit onderzoek blijkt bovendien dat volwassenen die over veel zelfbeheersing beschikken gelukkiger zijn in de liefde. Ze hebben stabielere relaties, zijn betrouwbaarder en kunnen anderen makkelijker vergeven.

Catrin Finkenauer en Lydia Krabbendam zijn onderzoekers aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij zijn benieuwd of zelfbeheersing ook zo’n grote rol speelt binnen families. Vergeven ouders met veel zelfbeheersing hun kinderen makkelijker? En vinden kinderen ouders met zelfbeheersing beter te vertrouwen? Kortom, hebben familieleden die verleidingen kunnen weerstaan betere onderlinge relaties? Dat hebben Finkenauer en Krabbendam in het voorjaar van 2012 in Science Center NEMO onderzocht.

In totaal deden maar liefst 84 gezinnen mee aan hun onderzoek. Vader, moeder en twee kinderen vulden elk een vragenlijst in en speelden een reactiespelletje op de computer. Daarmee konden de onderzoekers vaststellen over hoeveel zelfbeheersing de verschillende familieleden beschikten. Daarna kon het echte onderzoek beginnen: de familieleden speelden samen een spel waarin vertrouwen en vergeven een grote rol speelden.

De onderzoeksters wilden weten of gezinsleden elkaar sneller vergeven wanneer ze denken dat de ander veel zelfbeheersing heeft. Ze verwachtten van wel, omdat je iemand met veel zelfbeheersing eerder gelooft, wanneer hij belooft dat hij iets niet meer zal doen. Iemand die zichzelf goed onder controle kan houden is immers betrouwbaar en houdt zich aan zijn beloftes.

Maar het zou natuurlijk ook heel anders kunnen zijn. Misschien vergeven ouders hun kinderen wel altijd, want ‘het zijn toch nog maar kinderen’. En zien kinderen ook de fouten van hun ouders altijd door de vingers, omdat ‘ouders alles kunnen’.

Uit de resultaten van het experiment blijkt echter dat de voorspelling van Finkenauer en Krabbendam klopt: hoe gezinsleden denken over elkaars zelfbeheersing heeft invloed op hun vergevingsgezindheid naar dat gezinslid. Zowel ouders als kinderen vergeven gezinsleden met een hoge zelfbeheersing sneller dan gezinsleden met een lage zelfbeheersing.

De resultaten van dit onderzoek zijn belangrijk, omdat ze ons helpen begrijpen hoe gezinsleden met elkaar omgaan in het dagelijks leven. We leren zo welke aspecten belangrijk zijn om het thuis fijn en gezellig te hebben. En door goed te kijken naar gezinnen waar het goed gaat, weten we beter hoe we gezinnen kunnen helpen waar het zo niet zo goed gaat.

Deze keer met deelname van:

Vrije Universiteit Amsterdam
Faculteit der Psychologie en Pedagogiek

Dit onderzoek is afgerond

Onderzoek uitgevoerd: meivakantie 2012 en eerste week zomervakantie 2012 in NEMO Science Museum.

Er deden 322 proefpersonen mee aan het onderzoek. Wij danken alle deelnemers.

De onderzoekers

Foto van Catrin Finkenauer

Catrin Finkenauer

Catrin Finkenauer is onderzoeker bij de afdeling ontwikkelingspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij is daar sinds een jaar verbonden aan de Academische Werkplaats Aanpak Kindermishandeling. Catrin onderzoekt hoe de behandeling van kinderen en families die in aanraking komen met huiselijk geweld of kindermishandeling verbeterd kan worden. Zij onderzoekt bestaande behandelingen voor kinderen en ouders en let daarbij vooral op de rol van zelfcontrole. Zelfcontrole is de kracht om jezelf, je gedrag of je gevoelens te veranderen. We hebben zelfcontrole nodig om verleidingen te weerstaan, doelen te bereiken en door te zetten wanneer het moeilijk wordt. Ook hebben we zelfcontrole nodig om anderen te vergeven, betrouwbaar gedrag te vertonen en ons aan afspraken te houden. Catrin onderzoekt of huiselijk geweld en de stress die hiermee samenhangt (bv. onvoorspelbaar gedrag van ouders, huiselijke chaos en gebrek aan structuur), een uitputtende werking hebben op de energie die mensen nodig hebben voor zelfcontrole. Hierdoor gaan zij op termijn op verschillende terreinen minder goed functioneren. Kennis hierover is cruciaal om te komen tot een betere behandeling van kinderen en gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld.

Catrin werkte eerder bij de afdeling sociale psychologie aan de VU waar ze onderzoek deed naar het welzijn binnen het huwelijk. Haar promotieonderzoek deed ze aan de Universiteit van Louvain-la-Neuve in België. Daar deed zij onderzoek naar geheimhouding en raakte gefascineerd door het belang dat relaties hebben voor ons dagelijks denken, doen en voelen. We hebben dit belang vaak niet door: goede relaties verlichten pijn, helpen ons doelen te bereiken en maken ons sterker. Slechte relaties hebben net zulke dodelijke effecten als roken. Hoe sterker de band tussen twee mensen, hoe sterker de effecten zijn die relatiepartners op elkaar hebben. Vandaar dat Catrin haar onderzoek nu heeft toegespitst op families en gezinnen.

Foto van Lydia Krabbendam

Lydia Krabbendam

Lydia Krabbendam is hoogleraar onderwijsneuropsychologie bij de afdeling Onderwijsneurowetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daar doet zij onderzoek naar de ontwikkeling van zelfcontrole en sociale vaardigheden tijdens de adolescentie. De adolescentie is een belangrijke fase voor de ontwikkeling van deze vaardigheden. Het begin van de puberteit gaat samen met een toename van emotionele prikkels, terwijl het vermogen om deze prikkels te reguleren nog volop in ontwikkeling is. Bovendien wordt in de adolescentie de sociale omgeving een stuk complexer, de invloed van leeftijdgenoten wordt groter en ‘erbij horen’ wordt een belangrijke drijfveer. De vaardigheid om sociale situaties te begrijpen en je in de ander te kunnen verplaatsen is belangrijk om met deze complexe sociale omgeving om te gaan. Wanneer de ontwikkeling van deze vaardigheden niet goed verloopt, ontstaan er problemen op school en in de sociale omgang.

Lydia onderzoekt de ontwikkeling van deze vaardigheden door gedragsexperimenten waarin jongeren taken uitvoeren en vragenlijsten invullen. Daarnaast onderzoekt zij hoe deze vaardigheden zich in de hersenen ontwikkelen. Dat kan door jongeren taken te laten uitvoeren terwijl zij in een MRI-scanner liggen. Om de resultaten uit haar onderzoek te vertalen naar de praktijk van opvoeding en onderwijs kijkt Lydia ook naar de samenhang met het functioneren in het dagelijks leven.

Tot begin 2009 was Lydia verbonden aan de School for Mental Health and Neuroscience (MHENS) van de Universiteit Maastricht. Daar deed zij ook onderzoek naar zelfcontrole en sociale vaardigheden, maar dan vooral bij mensen met psychiatrische stoornissen, zoals schizofrenie. Op dit onderwerp is zij in 2000 gepromoveerd.

Nieuws van Science Live