Leessnelheid: Zo ouder, zo kind?

Iedereen die wel eens samen met een ander een tekst heeft gelezen, heeft het vast gemerkt: de een leest sneller dan de ander. Terwijl de een ongeduldig wacht tot hij eindelijk de bladzijde om mag slaan, voelt de ander zich zo opgejaagd dat hij helemaal niet meer in staat is om te begrijpen wat er staat. En als een van beide lezers dan ook nog eens dyslectisch is, loopt het verschil in leessnelheid al helemaal snel op. Hoe komt het toch dat niet iedereen even snel leest?

Lezen

Titia van Zuijen en Elsje van Bergen, onderzoekers aan de Universiteiten van Amsterdam en Oxford, doen onderzoek naar leessnelheid. Uit eerder onderzoek weten ze al dat het voor een deel erfelijk bepaald is hoeveel woorden je per minuut kunt lezen. Als je ouders snelle lezers zijn, is de kans dus groot dat je zelf ook bladzijdes in rap tempo kunt verslinden. Maar als een van je ouders dyslexie heeft, is het goed mogelijk dat jij dezelfde leesproblemen hebt. Van Zuijen en Van Bergen riepen de hulp van de bezoekers van Science Center NEMO in om meer te weten te komen over deze genetische relatie.
De eerste resultaten van dit grootschalige onderzoek naar leessnelheid zijn inmiddels gepubliceerd.

Soort zoekt soort?

Kinderen lijken in leessnelheid redelijk op hun ouders, wat vooral komt door de genen die ouders doorgeven. Dit houdt in dat kinderen van ouders met dyslexie een groter genetisch risico op dyslexie hebben. Vaders en moeders leken wel op elkaar in hun opleidingsniveau, maar nauwelijks in hun leesniveau. Dus, je wordt niet verliefd op iemand omdat die even snel leest als jij.

Onzinwoorden

De onderzoeksters vroegen de NEMO-bezoekers om samen met hun ouders, broers en zussen mee te doen aan hun experiment. Zo konden ze eenvoudig de resultaten van familieleden met elkaar vergelijken. Eerst keken de onderzoekers hoe snel ouders en kinderen kunnen lezen. Hiervoor moesten ze hardop bestaande woorden en verzonnen woorden lezen, zoals turm en wuizemigkeit. Daarna volgden drie korte testjes waarin de onderzoekers cognitieve vaardigheden maten die van belang zijn om vlot te kunnen lezen. Zo werd gekeken hoeveel letters kinderen in één oogopslag kunnen zien. Daarvoor werd een rijtje letters heel kort geflitst, zodat er geen tijd is voor een oogbeweging van letter naar letter. In een andere test moesten de kinderen zo snel mogelijk een lijst met cijfers benoemen, waarmee gemeten werd hoe snel een kind visuele informatie kan koppelen aan spraakklanken. Tot slot vroegen de onderzoekers de kinderen een klank uit een onzinwoord weg te laten. Ze hoorden bijvoorbeeld: “Wat is houfblor zonder de ‘l’?”. Het goede antwoord is dan houfbor. Hiermee werd gemeten hoe goed een kind klanken in gesproken woorden kan herkennen en manipuleren. Deze laatste twee cognitieve vaardigheden worden ook meegenomen in de dyslexiediagnostiek: kinderen met ernstige leesproblemen krijgen alleen een dyslexiebehandeling vergoed van hun gemeente als zij ook problemen hebben met deze cognitieve vaardigheden.

Onbekende oorzaken van dyslexie

De scores op de drie cognitieve testjes voorspelden voor een groot deel hoe goed de kinderen lazen. De voorspelling werd echter nog beter door ook de leessnelheid van hun ouders mee te nemen. Leesvaardigheid van ouders is een goede indicator voor het genetisch risico dat kinderen lopen op dyslexie. De bekende cognitieve vaardigheden medieerden niet volledig het genetische risico. Dit wijst erop dat kinderen ook familiaire leesproblemen kunnen hebben door cognitieve tekorten die we nog niet kennen. Volgens de onderzoekers zouden alle kinderen met een zeer ernstig leesprobleem (bijvoorbeeld de zwakste 5%) daarom dyslexiebehandeling vergoed moeten krijgen, in plaats van alleen diegenen die uitvallen op cognitieve vaardigheden die we kennen.

Deze keer met deelname van:

Universiteit van Amsterdam
Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Afdeling Pedagogiek & Onderwijskunde

University of Oxford / Department of Experimental Psychology

Dit onderzoek is afgerond

Onderzoek uitgevoerd: kerst 2011 & voorjaar 2012 & kerst 2012 & voorjaar 2013 in NEMO Science Museum.

Er deden 1235 proefpersonen mee aan het onderzoek. Wij danken alle deelnemers.

De onderzoekers

Nieuws van Science Live