Toeval, pech of geluk?

Iedereen heeft weleens te maken met toeval en onzekerheid. Vaak weet je van tevoren niet of iets gaat lukken. Haal je bijvoorbeeld een goed cijfer op school? Win je misschien een lot in de loterij? Wint jouw favoriete team een belangrijke wedstrijd of zullen ze verliezen? Natuurlijk maakt het uit hoe goed je in iets bent, maar ook pech en geluk spelen een rol. Hoe zit dat bij jou?

Sl%20cover%20vdpligt

Sommige mensen lijken altijd wel geluk te hebben. Andere mensen hebben vaker pech. Mensen gaan op verschillende manieren om met kansen en onzekerheden. Je kan bijvoorbeeld extra je best doen. Maar soms doen mensen ook andere dingen om het geluk een handje te helpen. Sommigen ‘kloppen af’ op hout, anderen duimen of hebben een geluksketting. Ook zie je vaak dat mensen allerlei rituelen uitvoeren, zoals een nummer van je favoriete band opzetten, een geluksamulet aanraken of je favoriete paar sokken dragen. Het Nederlandse voetbalelftal droeg tijdens het vorige wereldkampioenschap powerbalance-bandjes om beter te spelen.

Zowel bij spelletjes als bij het leveren van prestaties zie je dat mensen van alles doen om maar zoveel mogelijk succes te behalen. Sommige van die dingen kunnen helpen, terwijl we het van andere dingen niet weten. In het Science Live onderzoek in Nemo zijn in de kerstvakantie van 2013 experimenten uitgevoerd over hoe kinderen van verschillende leeftijden omgaan met toeval en geluk.

Resultaten

In één van de onderzoeken voerden kinderen op de computer een taak uit. Ze kregen twee speelkaarten te zien die op de kop lagen. Ze moesten steeds gokken welke van twee kaarten de hoogste waarde had. Vervolgens kregen kinderen een kaart toegewezen die altijd gekozen werd door de computer (zonder dat de kinderen dit wisten). Kinderen moesten aangeven in hoeverre ze het idee hadden dat de kaart door henzelf gekozen was.

Uit het onderzoek bleek dat jongere kinderen sterker het gevoel hadden dat zij de controle hadden dan oudere kinderen. Jonge kinderen gaven vaker aan dat ze de geselecteerde kaart zelf gekozen hadden – zelfs al was de kaart altijd door de computer geselecteerd. Dit noemen we de illusie van controle: het idee dat je dingen kan controleren die feitelijk niet te controleren zijn (zoals het gooien van een dobbelsteen). Dat jongere kinderen dit sterker hebben, zou erop kunnen duiden dat het overschatten van controle een voordeel oplevert: als je jong bent is het voordelig om zoveel mogelijk uit te proberen en om te proberen om de omgeving te beïnvloeden, zelfs al is dit niet mogelijk. Pas met het ouder worden krijgen kinderen een accurater beeld van wat wél en niet gecontroleerd kan worden.

In een ander onderzoek voerden kinderen een dobbelspel uit met een soort flipperkast. Kinderen konden een dobbelsteen afschieten, door een veer uit te trekken. De onderzoekers dachten dat de sterkte waarmee de veer wordt uitgetrokken, mogelijk een maat biedt voor ‘bijgeloof’. De val van de dobbelsteen kun je namelijk niet beïnvloeden door harder of zachter te trekken, maar sommige kinderen denken dat dit misschien helpt. Om te meten of dit klopt maten de onderzoekers hoever kinderen de veer uittrokken en hoe lang ze hier over deden. Ze onderzochten ook met een vragenlijst in hoeverre kinderen daadwerkelijk bijgelovig waren.

Uit dit onderzoek bleek dat oudere kinderen harder aan de veer trokken dan jongeren kinderen, maar dat komt simpelweg doordat oudere kinderen sterker zijn. Er bleek geen relatie te bestaan tussen trekkracht en het getal dat men wilde gooien: kinderen deden niet meer moeite door harder aan de veer te trekken als ze een hoger getal wilden gooien. Daarnaast bleek er ook geen verband te bestaan tussen bijgeloof zoals gemeten met de vragenlijst en de dobbeltaak, want kinderen die bijgeloviger waren trokken niet harder als ze een hoog getal wilden gooien. Wellicht komt dit doordat onze veronderstelling dat kinderen meer hun best zouden doen voor een hoger getal, door harder aan de veer te trekken, niet klopt.

Kortom: het onderzoek naar ‘toeval, pech of geluk’ laat zien dat jonge kinderen de neiging hebben om de mate waarin ze de omgeving kunnen beïnvloeden, overschatten. Jonge kinderen denken dus meer geluk te hebben, dan ze feitelijk hebben. Dit biedt wellicht een voordeel in de ontwikkeling van kinderen, doordat ze hierdoor de mogelijkheden die de wereld om hen heen biedt gaan verkennen.

Deze keer met deelname van:

Universiteit van Amsterdam
Sociale Psychologie

Dit onderzoek is afgerond

Onderzoek uitgevoerd: Kerstvakantie 2013 in NEMO Science Museum.

Er deden 580 proefpersonen mee aan het onderzoek. Wij danken alle deelnemers.

De onderzoekers

Nieuws van Science Live