Nu in Science Live

Er is op dit moment geen onderzoek in Science Live. Het volgende onderzoek start zaterdag, 7 juli 2018 en heet:
Hoe kijk jij naar vlogs?

Alle Science Live onderzoeken ›

Hieronder vind je een beroemd experiment uit de gedragswetenschappen:

06-false-memories

Valse herinneringen

Toen in 2003 de Amerikaanse acteur en regisseur Alan Alda de universiteit van Californië bezocht, zag psycholoog Elizabeth Loftus haar kans schoon. Ze vroeg hem mee te werken aan een onderzoek naar de relatie tussen eetgedrag en persoonlijkheid, en vroeg hem voor zijn bezoek een vragenlijst hierover in te vullen. Eenmaal aangekomen in het laboratorium, vertelde ze Alda dat hij als kind erg ziek was geweest van hardgekookte eieren. Tijdens de lunch die dag at de acteur geen hap van de eieren en eiersalade die hem werd voorgeschoteld.

Misschien geen heel overtuigend bewijs, maar Loftus genereerde met dit mini-experiment wel veel media-aandacht voor haar onderzoek naar valse herinneringen. Al jaren hield zij zich bezig met de vraag hoe het kon dat mensen zich dingen kunnen herinneren die nooit plaats hebben gevonden. Een valse herinnering aan een voedselvergiftiging zal weinig wereldschokkend zijn, maar een valse herinnering aan seksueel misbruik kan het leven van onschuldige mensen flink verwoesten. Hoe zeker kunnen we er van zijn dat onze herinneringen echt zijn?

Getuigenverklaringen

Loftus begon haar onderzoek naar valse herinneringen met het bestuderen van getuigenverklaringen. Hieruit bleek dat de vragen die agenten stellen van grote invloed zijn op wat de getuigen zich kunnen herinneren. Sturende vragen als ‘Heb je de gebroken koplamp gezien?’ leiden tot meer valse herinneringen aan gebroken glas. Ook de woordkeuze (‘op elkaar knallen’ in plaats van ‘elkaar raken’) beïnvloedt hoe getuigen zich een voorval herinneren. Loftus wijst dan ook continu op het belang van het stellen van niet-suggestieve vragen in een politieonderzoek.

Onderzoek van de Nederlandse psycholoog Willem Wagenaar onderschrijft deze bevindingen van Loftus. In 1996 gaf ruim 50 procent van zijn proefpersonen, waaronder artsen en juristen, na zijn suggestieve vraagstelling aan dat ze ooit amateurvideobeelden hadden gezien van de Bijlmerramp in Amsterdam. Videobeelden die in werkelijkheid helemaal niet bestaan…

Een bijgestuurde herinnering is natuurlijk iets heel anders dan een herinnering aan iets wat helemaal nooit gebeurd is. Maar toch komt ook dat voor. Met name patiënten van psychotherapeuten kunnen zich tijdens hun therapie ineens mishandelingen of misbruik herinneren dat in werkelijkheid nooit heeft plaatsgevonden.

Kracht van de verbeelding

Loftus ontdekte namelijk dat mensen uit de omgeving van het ‘slachtoffer’ een belangrijke rol spelen bij het planten van een valse herinnering. Ze vroeg familieleden van haar proefpersonen om drie gebeurtenissen uit de vroege jeugd van de proefpersoon te beschrijven. Deze gebeurtenissen zette ze in een boekje, samen met een valse herinnering aan een keer verdwaald te zijn geweest in een winkelcentrum op vijfjarige leeftijd. Na het lezen van het boekje gaf 29 procent van de proefpersonen aan zich iets te kunnen herinneren van het voorval in het winkelcentrum. De zogenaamde herinnering van een familielid had hen overtuigd van een gebeurtenis die ze nooit hadden meegemaakt.

In therapie ontbreekt over het algemeen de bevestiging van een bekende, maar therapeuten gebruiken een ander krachtig middel dan kan leiden tot valse herinneringen: verbeelding. Sommige therapeuten vragen hun patiënten om zich bepaalde gebeurtenissen uit hun jeugd voor te stellen en daarbij hun verbeelding de vrije loop te laten. Door deze verbeelding worden de beelden steeds meer vertrouwd, totdat de patiënt ze uiteindelijk als echte herinneringen kan gaan zien. Tel daarbij op de geloofwaardigheid van een therapeut als autoritair persoon en de gevolgen zijn niet meer te overzien.

Nieuws van Science Live